Uitkeringen voor personen met een handicap: ook in 2025 blijft het aantal ontvangers van een IVT en/of IT toenemen

De FOD Sociale Zekerheid publiceert verschillende cijfergegevens over de sociale bescherming in België, waaronder statistieken over personen met een handicap. Recent werd deze informatie binnen de rubriek ‘Statistieken van sociale bescherming grondig herwerkt.

In deze editie van Cijfers in de kijker belichten we een aantal van deze nieuwe cijfers en focussen we specifiek op het stelsel van de inkomensvervangende- (IVT) en integratietegemoetkoming (IT). We starten met een bespreking van het aantal erkenningen binnen dit stelsel. Vervolgens gaan we in op het aantal ontvangers van een uitkering, zoals ook in eerdere edities van Cijfers in de kijker. Tot slot behandelen we de uitgaven binnen dit stelsel. Voor elk van deze thema’s bekijken we de evolutie over de afgelopen tien jaar.

Uit de cijfers blijkt dat zowel het aantal erkenningen, het aantal uitkeringsontvangers als de uitgaven binnen dit stelsel blijven toenemen. Vrouwen worden iets vaker erkend dan mannen en ontvangen ook iets vaker een uitkering. De grootste groep bestaat uit personen met een handicap die een IVT met een IT combineren, gevolgd door personen die enkel een IT ontvangen. Het aantal ontvangers van uitsluitend een IVT blijft duidelijk het kleinst.

Vooraleer we starten, is het belangrijk om de in deze analyse besproken sociale prestaties goed te duiden. De inkomensvervangende tegemoetkoming (IVT) is bedoeld voor personen van wie het verdienvermogen door een handicap is verminderd. Deze tegemoetkoming compenseert (gedeeltelijk) het inkomen dat men zonder handicap zou kunnen verwerven. De integratietegemoetkoming (IT) is gericht op personen van wie de zelfredzaamheid verminderd is. Ze vormt een compensatie voor de bijkomende kosten waarmee personen met een handicap geconfronteerd worden wanneer zij willen deelnemen aan het maatschappelijk leven.

Zowel de IVT als de IT richten zich in de eerste plaats tot personen met een handicap tussen 18 en 66 jaar met een beperkt inkomen. Beide tegemoetkomingen maken hierdoor deel uit van het Belgische stelsel van sociale bijstand. Dit impliceert dat een erkenning als persoon met een handicap niet automatisch leidt tot een uitkering: wanneer het inkomen van de betrokkene (of van de partner) boven de geldende inkomensgrenzen ligt, bestaat er geen recht op een tegemoetkoming.

Het aantal erkenningen binnen het stelsel IVT en/of IT neemt verder toe …

In de inleiding gaven we al aan dat de statistieken over het stelsel van de IVT en/of IT grondig werden herwerkt. Dit geldt met name voor de cijfers over het aantal erkenningen binnen dit stelsel. Waar deze rubriek vroeger zeer beperkt was, publiceren we nu verschillende nieuwe tabellen met een opsplitsing naar relevante achtergrondkenmerken, wat interessante analyses mogelijk maakt.

Grafiek 1 toont het aantal erkenningen binnen het stelsel van de IVT en/of IT gedurende de afgelopen 10 jaar, opgesplitst naar geslacht[1] Het gaat om het aantal personen dat binnen dit stelsel wordt erkend als persoon met een handicap, los van het feit of ze effectief een tegemoetkoming ontvangen.

Uit deze grafiek blijkt dat het aantal erkenningen door de jaren heen duidelijk is gestegen, met 348.255 erkenningen in 2016 en 430.092 in 2025. Dit komt overeen met een groeipercentage van 23,5%. De groei voor vrouwen is iets meer uitgesproken dan voor mannen (resp. +26,5% en +20,4%), waardoor zij in 2025 ook de grootste groep uitmaken, hoewel het verschil tussen beide geslachten relatief beperkt blijft.

Bovenstaande toename kan worden verklaard aan de hand van verschillende factoren. Zo heeft vermoedelijk de groei van de Belgische bevolking een invloed op het aantal personen met een erkenning. Daarnaast hebben recente hervormingen van het stelsel (zoals de verlaging van de minimumleeftijd voor toegang van 21 naar 18 jaar) de instroom vergemakkelijkt. Tot slot speelt de toename van het aantal langdurig zieken in de Belgische samenleving vermoedelijk ook een rol.

De erkenningen kunnen ook worden opgesplitst naar andere relevante achtergrondkenmerken. Personen die een IVT en/of IT aanvragen, ondergaan steeds een evaluatie van de handicap, die kan leiden tot de erkenning van de handicap. Los van het feit of nu enkel een IT, een IVT of beide wordt aangevraagd, wordt er steeds gekeken wat de impact van de handicap op de mogelijkheid is om dagelijkse activiteiten zelfstandig uit te voeren (zelfredzaamheid; criterium IT) én wat de impact van de handicap op het verdienvermogen is (criterium IVT). [2] Voor elke erkende persoon is daarom een score voor de graad van zelfredzaamheid beschikbaar. Hoe hoger het aantal punten op de schaal, hoe lager de zelfredzaamheid. [3] Deze variabele kan dus ook worden geïnterpreteerd als een indicatie van de zorgzwaarte.

Hoewel in 2025 iets meer vrouwen dan mannen werden erkend, toont onderstaande grafiek aan dat mannen relatief vaker vertegenwoordigd zijn in de hogere categorieën. Dit wijst erop dat mannen gemiddeld een hogere zorgzwaarte hebben.

We kunnen de erkenningen ook opsplitsen naar leeftijdscategorie (niet weergegeven in een grafiek, wel beschikbaar hier). Uit de cijfers blijft dat het aantal erkenningen stijgt met de leeftijd. De verhouding tussen de verschillende categorieën van zelfredzaamheid is echter ongeveer gelijk voor alle leeftijdsklassen.

En ook het aantal ontvangers van een IVT en/of IT blijft toenemen, hoewel de groei vertraagt

Grafiek 3 toont het aantal ontvangers van een inkomensvervangende en/of integratietegemoetkoming gedurende de afgelopen 10 jaar. Net zoals bij de erkenningen, neemt het aantal ontvangers gestaag toe. In het Cijfers in de kijker van vorig jaar bespraken we ook deze toename. Toen gaven we aan dat, hoewel de ontvangers duidelijk blijven toenemen, er een vertraging van de groei lijkt op te tekenen. Ook in 2025 blijkt dit het geval te zijn. Met een groeipercentage op jaarbasis van 4,1% in 2025, ligt deze toename onder de groeipercentages van 2024 (met 4,7%), 2023 (5,1%) en 2022 (6,2%). De toename kan worden verklaard aan de hand van dezelfde factoren als besproken bij grafiek 1.

Ook blijven vrouwen hier (opnieuw nipt) de grootste groep, wat ligt in lijn met de bevindingen uit eerdere edities van Cijfers in de kijker.

Het is in deze context echter belangrijk om te vermelden dat grafieken 1 en 3 niet zomaar naast elkaar kunnen worden geplaatst. Een erkenning geeft immers niet automatisch recht op een tegemoetkoming, aangezien er, zoals vermeld in de inleiding, ook een inkomenstoets geldt.

Grafiek 4 toont het aantal ontvangers naar soort tegemoetkoming. De groep die een IVT en IT combineren bleef de afgelopen 10 jaar de grootste, gevolgd door diegenen die enkel een IT ontvangen. De groep met enkel een IVT blijft duidelijk de kleinste. In 2025 ging het respectievelijk om 49,1%, 40,4% en 10,4% van het totale aantal ontvangers.

Verder blijven ook de uitgaven toenemen, zowel in lopende als constante prijzen

In eerdere Cijfers in de kijker bespraken we ook steeds de uitgaven voor de IVT en IT. Grafiek 5 geeft aan dat de uitgaven de afgelopen jaren duidelijk zijn gestegen, en dit zowel in lopende (nominale bedragen) als in constante prijzen (bedragen gecorrigeerd voor prijsschommelingen en inflatie), en met een versnelling sinds 2022.

Een deel van de verklaring voor deze toename ligt in de stijging van het aantal rechthebbenden, zoals besproken bij grafiek 3. Daarnaast was er in 2022 een uitzonderlijke inflatiepiek, met zes indexaanpassingen. Door het automatische indexeringsmechanisme had dit een uitgesproken impact op de uitgaven in lopende prijzen.

Verder werd de IVT de voorbije jaren meerdere keren verhoogd boven op de index, waarvan twee keer in 2023. Dit heeft niet alleen een effect op de uitgaven in lopende prijzen, maar ook op de uitgaven in constante prijzen.

De herziene tabellen laten nu ook toe om het gemiddeld maandelijks bedrag naar soort tegemoetkoming in kaart te brengen (voorheen was enkel het gemiddeld maandelijks bedrag voor alle uitkeringen tezamen gekend). Dit wordt weergegeven in grafiek 6.

Personen met een handicap die zowel recht hebben op een IVT als op een IT, ontvangen in 2025 logischerwijs het hoogste gemiddelde maandbedrag, namelijk € 1.425. Daarna volgen personen die uitsluitend een IVT ontvangen, met gemiddeld € 924 per maand. Personen die enkel een IT ontvangen, ontvangen het laagste gemiddelde bedrag, namelijk € 349 per maand.

Merk hierbij echter op dat bovenstaande bedragen afhankelijk zijn van verschillende factoren. Zo speelt de gezinssamenstelling een rol, alsook het belastbare inkomen van het gezin. In het geval van de IT speelt ook de impact van de handicap op het dagelijkse leven van de betrokkene. Het uiteindelijke bedrag wordt met andere woorden bepaald door verschillende factoren en kan daardoor sterk verschillen van persoon tot persoon. Het is ten laatste belangrijk te benadrukken dat deze bedragen vaak een aanvulling vormen op bestaande inkomsten en dus niet representatief zijn voor het totale beschikbare inkomen van de persoon in kwestie.


Voetnoten

[1] Merk op dat het hier uitsluitend gaat om personen die een erkenning hebben aangevraagd binnen het stelsel van de IVT en/of IT, en niet om de volledige populatie van personen met een handicap in België. Zo kan er sprake zijn van non-take-up. Daarnaast vormen de IVT en de IT slechts twee van de vele ondersteuningsmaatregelen voor personen met een handicap in België. Meer informatie (.pdf)

[2] In theorie wordt er wanneer er een IVT wordt aangevraagd, gekeken of het verdienvermogen is aangetast, terwijl er bij een IT wordt gekeken naar de zelfredzaamheid. In de praktijk worden beiden geëvalueerd wanneer er een uitkering (en dus een erkenning in het stelsel van de IVT en/of IT) wordt aangevraagd, dus onafhankelijk van de originele vraag. Voor elke aanvraag is dus de zelfredzaamheid gekend, wat dit een goede proxy voor de inschatting van de zorgzwaarte maakt. Een minimum van 7 punten is nodig om het recht te openen op een IT.

[3] Meer informatie over hoe de zelfredzaamheid juist wordt geëvalueerd, en wat er nu juist met ‘dagelijkse activiteiten’ wordt bedoeld, is beschikbaar op de website van de DG Personen met een handicap.