"Risks that Matter" 2024
Meer deelname van vrouwen aan de arbeidsmarkt of meer migratie: welke oplossing verdient prioriteit in het licht van de vergrijzing en het tekort op de arbeidsmarkt?
De “Risks that Matter” enquête van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) evalueert sinds 2018 de bezorgdheid van mensen over de sociale en economische risico's waarmee zij worden geconfronteerd, hun tevredenheid over het socialezekerheidsstelsel van hun land in verband met deze risico's en hun voorkeuren op het gebied van sociaal beleid voor de toekomst. De meest recente editie van deze tweejaarlijkse enquête werd eind 2024 uitgevoerd.
In deze editie van “Cijfers in de kijker” richten we ons voornamelijk op de sociale en economische risico’s die de respondenten bezighouden, en op hun politieke voorkeuren om bepaalde uitdagingen in verband met deze risico's aan te pakken.
We merken op dat Belgische burgers zich vooral zorgen maken over geopolitieke en klimaatrisico’s, gevolgd door risico’s in verband met gezondheid en financiële zekerheid. Hoewel dit laatste risico door de Belgische bevolking nog steeds als zeer zorgwekkend wordt beschouwd, is hun bezorgdheid hierover tussen 2022 en 2024 aanzienlijk afgenomen. Ze geven ook aan bezorgd te zijn over de vergrijzing van de bevolking en over mogelijke negatieve gevolgen van technologische veranderingen. Om met deze uitdagingen om te gaan, geven zij doorgaans de voorkeur aan activerings- en opleidingsbeleid, terwijl ze terughoudender staan tegenover migratiebeleid.
Nieuwe zorgen hebben de overhand gekregen ten opzichte van 2022: geopolitieke en klimaatrisico's zijn nu de grootste bron van bezorgdheid
Uit de enquête van 2024 blijkt dat geopolitieke en klimaatrisico's, samen met risico’s rond gezondheid en financiële zekerheid, tot de belangrijkste bezorgdheden behoren. Deze komen, afhankelijk van het deelnemende land, in uiteenlopende mate zowel op korte als op lange termijn naar voren.
Grafiek 1 toont het percentage respondenten dat in 2024 aangeeft zich op korte termijn (d.w.z. in de komende twee jaar) enigszins of zeer bezorgd te maken over vijf belangrijke sociale en economische risico's.
Gemiddeld gaf 77% van de respondenten [1] aan bezorgd te zijn over geopolitieke risico's en 68% over klimaatrisico's. Deze twee risico's zijn dus de grootste bezorgdheden voor de bevolking. Het aandeel Belgen dat zich zorgen maakt over deze risico's ligt zeer dicht bij het gemiddelde van de 27 landen die aan deze enquête hebben deelgenomen.
Net als bij eerdere bevragingsrondes gaf de meerderheid van de respondenten aan zich enigszins of zeer bezorgd te maken over risico's op het gebied van gezondheid en financiële zekerheid (ongeveer 60%). Als we België vergelijken met zijn buurlanden en het gemiddelde van de 27 deelnemende landen, lijkt het erop dat Belgen zich over het algemeen minder zorgen maken over deze sociale en economische risico's dan hun buren. Ongeveer 45% van hen zegt zich zorgen te maken over deze risico's. Een uitzondering hierop is het percentage dat zich zorgen maakt over het risico om ziek te worden of in een situatie van handicap terecht te komen. Dit percentage ligt dicht bij het gemiddelde van de 27deelnemende landen (58%). Opvallend is dat, hoewel economische kwesties voor een groot deel van de Belgische bevolking een bron van bezorgdheid blijven, deze bezorgdheid in België sterker lijkt te zijn afgenomen dan in de buurlanden. Terwijl in 2022 de risico's in verband met financiële zekerheid bovenaan de lijst van zorgen stonden, is het belang ervan in 2024 aanzienlijk afgenomen, van 62% naar 42%.
Op lange termijn (d.w.z. in de komende tien jaar) [2] blijven de zorgen over geopolitieke en klimaatrisico's vergelijkbaar met die op korte termijn, zowel voor het gemiddelde van de 27 deelnemende landen als voor de Belgen. Wat de risico's op het gebied van gezondheid en financiële zekerheid betreft, lijkt de bezorgdheid van de burgers, ten opzichte van de situatie op korte termijn, toe te nemen, zowel voor het RTM27-gemiddelde als voor België. Terwijl bijvoorbeeld 42% van de Belgen zich op korte termijn zorgen maakt over het niet kunnen dekken van al hun uitgaven, geeft 60% aan zich op lange termijn zorgen te maken over hun financiële zekerheid op latere leeftijd.
Welk beleid is nodig om de uitdaging van de vergrijzing op lange termijn aan te pakken?
Een ander lange termijn risico dat de respondenten zorgen baart, is de vergrijzing van de bevolking, die het gevolg is van een combinatie van een hogere levensverwachting en een dalende vruchtbaarheid. Gemiddeld zegt 65% van hen zich zorgen te maken over dit risico. De Belgen en hun buren hebben een houding die vergelijkbaar is met het gemiddelde van de 27 deelnemende landen, terwijl de Fransen iets minder bezorgd lijken (53%).
Er wordt gesteld dat de vergrijzing van de bevolking negatieve gevolgen heeft voor de economische groei (André et al., 2024 [3])en dat het ook de duurzaamheid van socialezekerheidsstelsels bemoeilijkt [4] (OESO, 2024 [5]). Om deze grote uitdaging het hoofd te bieden, kan een reeks beleidsmaatregelen worden genomen. Grafiek 2 geeft het percentage respondenten weer dat in 2024 voorstander is van beleidsmaatregelen om de vergrijzing van de bevolking aan te pakken.
Net als het gemiddelde van de 27 deelnemende landen, geeft de meerderheid van de respondenten in België de voorkeur aan een activeringsbeleid en technologische innovatie: 63% steunt een grotere participatie van vrouwen en andere ondervertegenwoordigde groepen op de arbeidsmarkt, 62 % wil meer gebruikmaken van technologie om de efficiëntie op de werkplek te verbeteren en 51% moedigt deeltijdwerkers aan om over te stappen naar een voltijdse baan. Daarentegen staan de Belgen over het algemeen aanzienlijk minder positief tegenover migratie- en bevolkingsbeleid dan hun buren en het gemiddelde van de 27 lidstaten. Slechts 21% van de Belgen zegt voorstander te zijn van meer migratie om meer werknemers naar België te halen, en de optie om het geboortecijfer te stimuleren overtuigt slechts een minderheid van de Belgen, namelijk 17%, wat aanzienlijk lager is dan in onze buurlanden.
Herscholing, ongelijkheid en werkgelegenheid: de uitdagingen van technologische vooruitgang volgens burgers
De respondenten benadrukten dat het gebruik van technologie op de werkplek één van de prioritaire oplossingen is om de vergrijzing van de bevolking aan te pakken. Gezien het belang van technologische verandering, gaven ze ook hun mening over een van de aspecten ervan: artificiële intelligentie (AI). Grafiek 3 geeft het percentage weer van de personen die denken dat artificiële intelligentie op middellange termijn een specifieke impact kan hebben op bepaalde factoren.
Net als het gemiddelde van de 27 deelnemende landen zijn Belgische burgers eerder geneigd om technologische vooruitgang te zien als een factor met positieve gevolgen voor de arbeidsmarkt dan als een bron van negatieve effecten. Wat de mogelijke negatieve effecten betreft, tonen zij zich echter minder bezorgd dan hun buren. Het lijkt erop dat Belgische burgers (24%) minder bezorgd zijn over hun vervangbaarheid op de arbeidsmarkt dan hun buren en het gemiddelde van alle respondenten (ongeveer 30-35%). Toch gaf 81% van hen aan dat AI binnen vijf tot tien jaar veel mensen ertoe zal aanzetten zich om te scholen om andere beroepen uit te oefenen – wat een iets hoger percentage is dan dat van hun buurlanden (tussen 75 en 78%).
Bovendien lijken Belgen te denken dat AI eerder zal leiden tot een stijging van de werkloosheid dan tot het creëren van banen. 64% van de respondenten is namelijk van mening dat AI zou kunnen leiden tot een hogere werkloosheid, terwijl slechts 39% van de Belgen denkt dat het meer banen zou kunnen creëren. Daarom is de meerderheid van de Belgische respondenten (81%) van mening dat een herscholing van werknemers noodzakelijk zal zijn. 51% van de Belgische respondenten is ook van mening dat AI zal leiden tot een toename van de inkomensongelijkheid, een bezorgdheid die ook wordt gedeeld door de buurlanden en volgens het gemiddelde van de 27 deelnemende landen.
Gezien de bezorgdheden van de bevolking kunnen verschillende beleidsmaatregelen worden genomen om de negatieve effecten van de implementatie van artificiële intelligentie op de arbeidsmarkt tegen te gaan. De meerderheid van de Belgische respondenten moedigt de regering aan om te investeren in herscholing en hoger onderwijs (74%). Bovendien is 64% van de Belgische respondenten van mening dat de regering bij aanwervingsprocedures voorrang moet geven aan nationale werknemers, terwijl slechts 33% vindt dat gekwalificeerde werknemers uit het buitenland moeten worden aangemoedigd om naar België te komen [6].
Een grotere vraag naar sociale bescherming, maar met een beperkte bereidheid om voor sociale programma's te betalen
Ongeacht hun beleidsvoorkeuren, gaf de meerderheid van de Belgische burgers aan dat hun nationale regering meer (of veel meer) zou moeten doen om hun economische zekerheid en welzijn te waarborgen (59%). Sociale bescherming maakt het namelijk mogelijk om de consumptie te stabiliseren en meer gelijke kansen te bevorderen (OESO, 2025 [7]).
Hoewel de vraag naar sociale bescherming in België en alle andere landen groot blijft, is de bereidheid om meer bij te dragen aan sociale prestaties beperkt en neemt deze af. Grafiek 4 toont het percentage van de Belgische bevolking dat bereid is 2% meer te betalen voor betere sociale prestaties, per beleidsdomein. Over het algemeen hangt de bereidheid om te betalen voor specifieke sociale programma's samen met de hiërarchie van risico's, waarvan sommige hierboven zijn beschreven. Hoewel de Belgische respondenten aangeven minder bezorgd te zijn over de toegang tot kwaliteitsvolle gezondheidszorg dan hun buren, geven ze toch aan bereid te zijn om een toeslag te betalen voor nog betere zorg.
Voor meer informatie over “Risks that Matter” 2024 verwijzen we u naar het rapport, dat beschikbaar is op de website van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Voor sommige landen, zoals België, zijn ook landenfiches beschikbaar.
Voetnoten
[1] Het gemiddelde verwijst naar dat van de 27 deelnemende landen. Wanneer in dit artikel sprake is van "gemiddeld", verwijst dit altijd naar het gemiddelde van de 27 deelnemende landen.
[2] Deze resultaten worden niet weergegeven in grafiek 2.
[3] André, C., P. Gal and M. Schief (2024), “Enhancing productivity and growth in an ageing society: Key mechanisms and policy options”, OECD Economics Department Working Papers, No. 1807, OECD Publishing, Paris, https://doi.org/10.1787/605b0787-en.
[4] De vergrijzing van de bevolking is een combinatie van een langere levensverwachting en een daling van de vruchtbaarheid, waardoor de bijdragen van werknemers afnemen en het voor overheden moeilijker wordt om programma's zoals overheidspensioenen en langdurige zorg te financieren (OESO, 2024).
[5] OESO (2024), Megatrends and the Future of Social Protection, OESO-uitgeverij, Parijs, https://doi.org/10.1787/6c9202e8-en.
[6] De verschillende mogelijke beleidsmaatregelen worden niet weergegeven in grafiek 3.
[7] OESO (2025), More Effective Social Protection for Stronger Economic Growth: Main Findings from the 2024 OECD Risks that Matter Survey, OESO Publishing, Parijs, https://doi.org/10.1787/3947946a-en.