Uitkeringen voor personen met een handicap: verdere gestage toename van rechthebbenden in 2024

De FOD Sociale Zekerheid publiceert verschillende cijfergegevens over de sociale bescherming in België, waaronder statistieken over de inkomensvervangende tegemoetkoming (IVT) en de integratietegemoetkoming (IT) voor personen met een handicap. Beide tegemoetkomingen worden beheerd door de Directie-generaal Personen met een handicap van de FOD Sociale Zekerheid.

Zowel de IVT als de IT richten zich in eerste instantie op personen met een handicap tussen 18 en 65 jaar met een laag inkomen en maken deel uit van het stelsel van sociale bijstand in België. De inkomensvervangende tegemoetkoming is een tegemoetkoming waar je recht op kunt hebben als je verdienvermogen verminderd is door je handicap. De tegemoetkoming vervangt (deels) het inkomen dat je zou krijgen als je geen handicap had. De integratietegemoetkoming is een tegemoetkoming waar je recht op kunt hebben als je zelfredzaamheid verminderd is. Het is een compensatie voor de bijkomende kosten die je als persoon met een handicap hebt als je wilt deelnemen aan het maatschappelijke leven (‘integratie’).

De cijfers over de IVT en de IT werden recent bijgewerkt naar 2024 en zijn terug te vinden in de rubriek ‘Cijfers van sociale bescherming’. Deze cijfers tonen aan dat het aantal rechthebbenden op een IVT en/of IT gestaag blijft toenemen, hoewel de toename het afgelopen jaar minder uitgesproken was dan in voorgaande jaren. Ook het aandeel oudere rechthebbenden (55+) neemt verder toe. Daarnaast is er een duidelijke stijging in het gemiddeld maandelijks bedrag van IVT en/of IT in lopende prijzen, terwijl de stijging in constante prijzen minder uitgesproken is. De totale uitgaven vertonen daarentegen een duidelijke toename, zowel in lopende als in constante prijzen. Dit is voornamelijk te wijten aan de eerder vermelde stijging van het aantal rechthebbenden en de toename van het gemiddeld maandelijks bedrag.

In wat volgt bespreken we kort een aantal bevindingen op basis van deze nieuwe gegevens. We starten met de evolutie van het aantal rechthebbenden gedurende de laatste 10 jaar, gevolgd door een bespreking van de rechthebbenden naar een aantal achtergrondkenmerken zoals geslacht en leeftijd. Tot slot bekijken we de uitgaven voor de IVT en de IT. Aanvullende cijfergegevens bij onderstaande analyse, o.m. betreffende de erkenningen en de aanvragen, zijn beschikbaar in de eerder vermelde rubriek ‘Cijfers van sociale bescherming’.

Het aantal rechthebbenden op een IVT en/of een IT blijft gestaag toenemen

De cijfers op onze website laten eerst en vooral toe om de evolutie van het aantal rechthebbenden op een IVT en/of een IT in kaart te brengen (zie grafiek 1 hieronder). Als we de cijfers voor de laatste 10 jaar bekijken, zien we dat het aantal rechthebbenden op een IVT en/of een IT doorheen de tijd gestaag blijft toenemen. In 2024 waren er in totaal 253.866 rechthebbenden, wat neerkomt op 2,7% van de bevolking van 18 jaar en ouder. In 2023 waren er 242.454 rechthebbenden, wat een toename van 4,7% betekent. Deze toename ligt iets lager dan voorgaande jaren (+5,1% in 2023 en +6,2% in 2022).

Daarnaast kunnen de cijfers worden opgesplitst naar type tegemoetkomingGrafiek 1 illustreert de evolutie van het aantal rechthebbenden op enkel een IVT, enkel een IT of op beide. Bijna de helft (49,5%) van het totale aantal rechthebbenden heeft in 2024 zowel recht op een IVT als op een IT, terwijl 40,4% enkel recht heeft op een IT en 10,1% enkel recht heeft op een IVT.

Ten opzichte van 2015 is het totale aantal rechthebbenden op een IVT en/of een IT toegenomen met 44,7%. De meest uitgesproken stijging doet zich voor bij de categorie die enkel recht heeft op een IT, met een toename van 49,2%. Voor de categorie met enkel recht op een IVT bedraagt de toename 42,9% en voor de rechthebbenden op zowel een IVT als een IT 41,6%.

Het profiel van rechthebbenden: een toename van het aandeel 55-plussers

Naast de opsplitsing naar type tegemoetkoming, laten de beschikbare cijfers ook een opsplitsing naar een aantal profielkenmerken van rechthebbenden zoals geslacht, leeftijd, gezinscategorie en regio toe. In de volgende alinea focussen we op 2024.

Zoals hierboven vermeld, waren er 253.866 rechthebbenden op een IT en/of IVT in 2024. Van hen waren iets meer vrouwen dan mannen gerechtigd op een tegemoetkoming (52,4% vrouwen en 47,6% mannen). Bijna de helft van de rechthebbenden (47,3%) was 55 jaar of ouder. Wat betreft gezinssamenstelling[1], kunnen we dezelfde conclusies trekken als in de vorige editie van dit ‘Cijfers in de Kijker’: categorie C was de grootste groep (42,7%), gevolgd door categorie B (37,9%) en categorie A (19,4%). Tot slot woonde in 2024 iets meer dan de helft van de rechthebbenden (52,2%) in het Vlaamse gewest.

Wanneer we naar meerdere jaren kijken, dan valt voornamelijk op dat het aandeel van de oudere leeftijdscategorieën toeneemt (zie grafiek 2): in 2015 bedroeg het aandeel 55-plussers 43,3%, in 2024 is dit aandeel opgelopen tot 47,3%. Deze toename is zowel toe te schrijven aan de leeftijdsklasse 55 – 64 jaar als de groep van 65 jaar en ouder. Beide groepen zijn elk met 2 procentpunten gestegen, ondanks de verlaging van de leeftijdsvoorwaarde voor toetreding tot het stelsel van 21 jaar naar 18 jaar vanaf augustus 2020. Daarnaast blijft de verhouding man-vrouw in de afgelopen 10 jaar grotendeels dezelfde als hierboven vermeld (niet in onderstaande grafiek).

Verdere toename (totale) uitgaven, zowel in lopende als constante prijzen

Tot slot publiceren we ook een aantal gegevens over de uitgavenGrafiek 3 geeft de evolutie van het gemiddeld maandelijks bedrag weer en dit zowel in lopende prijzen (nominale bedragen) als in constante prijzen (bedragen gecorrigeerd voor prijsschommelingen en inflatie).[2] Deze laatste geven een indicatie van de reële groei.

De voorbije 10 jaar was er een duidelijke toename van het gemiddeld maandelijks bedrag in lopende prijzen (€659 in 2015 en €934 in 2024, of een toename van 41,7%). Voornamelijk voor 2022 en 2023 is deze toename opvallend. Ten opzichte van 2021 steeg het bedrag in 2022 met 10,6%, in 2023 kwam daar nog eens een toename van 9,9% bij ten opzichte van 2022. In 2024 valt deze toename terug op 2,2% ten opzichte van 2023 en komt het gemiddeld maandelijks bedrag IVT en/of IT in lopende prijzen neer op €934.

In constante prijzen is de stijging over de afgelopen 10 jaar echter minder uitgesproken (€ 659 in 2015 en € 714 in 2024, of een toename van 8,3%), al steeg het gemiddeld maandelijks bedrag in constante prijzen tussen 2022 en 2023 wel met bijna 6%.

Bovenstaande cijfers moeten echter met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. Het gaat hier immers om de feitelijk uitgekeerde bedragen, die bepaald worden door meerdere parameters, waaronder niet alleen de barema’s maar ook de vrijstellingen in verband met andere inkomens van de persoon met een handicap (“prijs van de arbeid”) of diens partner (“prijs van de liefde”). Het is waarschijnlijk dat een verhoging van de barema’s zich wel vertaalt in een hogere uitkering voor de mensen die al een uitkering kregen, maar dat daarnaast ook een groep mensen recht krijgt op een zeer beperkte uitkering (de personen van wie het inkomen ervoor net te hoog was om recht te hebben op een uitkering). Merk verder op dat er een inflatiepiek was in 2022 (met 6 indexaanpassingen), wat door het automatisch indexeringsmechanisme een uitgesproken impact heeft gehad op het gemiddeld bedrag in lopende prijzen. Hiernaast is de IVT de voorbije jaren viermaal buiten index verhoogd, waarvan tweemaal in 2023.[3] Dit laatste heeft ook een impact op het gemiddeld maandelijks bedrag in constante prijzen.

Ook de totale uitgaven op jaarbasis kunnen in kaart worden gebracht. Grafiek 4 geeft de evolutie voor de jaarlijkse uitgaven voor de IVT en/of de IT weer en dit opnieuw voor de periode 2015 – 2024. Hieruit blijkt dat de uitgaven over deze periode sterk zijn toegenomen en dit zowel in lopende als in constante prijzen. In constante prijzen is er een stijging van 56% sinds 2015. Over dezelfde periode is het gemiddeld maandelijks bedrag in constante prijzen zoals eerder vermeld echter maar gestegen met 8,3%. De voornaamste verklaring voor dit verschil is de toename van het aantal rechthebbenden, zoals besproken bij grafiek 1. Voor 2022 en 2023 moeten we, althans voor de uitgaven in lopende prijzen, uiteraard ook verwijzen naar de stijging van het gemiddeld maandelijks bedrag.

[2] Voor de omrekening naar constante prijzen wordt het jaargemiddelde van de consumptieprijsindex van een specifiek basisjaar (hier 1988) gebruikt. We kunnen de bedragen voor (bijvoorbeeld) 2024 uitdrukken in prijzen van 2015 (het eerste jaar van de hier beschouwde periode) door de nominale bedragen te delen door het gemiddeld indexcijfer (basis 1988) voor dat jaar en ze daarna te vermenigvuldigen met het gemiddeld indexcijfer voor 2015 (basis 1988).

[3] De recentste baremaverhogingen - waaronder die voor tegemoetkomingen aan personen met een handicap komen aan bod in een vroegere editie van ‘Cijfers in de Kijker’.