Commissie Pensioenhervorming 2020-2040

Op 15 april 2013 creëerde de Minister van Pensioenen samen met de minister van Zelfstandigen de Commissie ‘Pensioenhervorming 2020-2040’. Deze commissie bestond uit 12 vooraanstaande experten en moest scenario’s aanreiken voor hervormingen van de drie wettelijke pensioenstelsels.

De Commissie stelt zich niet in de plaats van de politieke besluitvorming en het sociaal overleg. Een breed maatschappelijk debat is nodig, niet in het minst met de sociale partners en andere stakeholders. Tegelijk moet de wil bestaan om de pensioenhervorming te beslissen in deze legislatuur: bepaalde hervormingen moeten voldoende snel op gang komen, maar anderzijds zijn voldoende lange overgangsperiodes nodig.

Als sociale verzekering vormt het pensioensysteem een sociaal contract dat houvast moet bieden voor iedereen, jongeren zowel als ouderen, actieven zowel als gepensioneerden. Ondanks de recente hervormingen bestaat er te veel ongerustheid over de toekomst van de pensioenen. Bij ongewijzigd beleid is het pensioensysteem financieel niet houdbaar, strookt het niet meer met evoluties in de samenleving en rijzen er problemen inzake sociale kwaliteit. Louter de parameters van het bestaande systeem wijzigen, volstaat niet. De Commissie pleit daarom voor een grondige hervorming. Daarbij zouden voor de drie stelsels (werknemers, ambtenaren, zelfstandigen) gemeenschappelijke principes moeten gelden.

Met een eenvoudig puntenstelsel kan iedere burger jaar na jaar de opbouw van zijn pensioen volgen; het aantal punten dat men verzamelt hangt af van de hoogte van het arbeidsinkomen en de duur van de loopbaan. Dit puntenstelsel creëert een heldere band tussen de pensioenberekening en de gemiddelde arbeidsinkomens van de actieven.

De sociale kwaliteit en de financiële houdbaarheid van de pensioenen worden bewaakt door een nieuw Nationaal Pensioencomité, waarin de sociale partners vertegenwoordigd zijn, en dat ondersteund wordt door een Kenniscentrum voor de Pensioenen.

De gemiddelde hoogte van de pensioenen moet gehandhaafd worden door de loopbanen te verlengen. De toegangsvoorwaarden tot het pensioen krijgen een eenvormige invulling over de
verschillende stelsels. Verschillen inzake de vereiste loopbaan of inzake de leeftijd die toegang geeft tot pensioen, moeten op objectieve basis kunnen gerechtvaardigd worden. Vervroegde pensionering blijft mogelijk, mits toepassing van een billijk, objectief en sociaal verantwoord correctiemechanisme. De lengte van de loopbaan is daarbij essentieel, maar leeftijdscriteria voor vervroegd pensioen en wettelijk pensioen zullen in de toekomst ook moeten evolueren.

Naast een evenwichtige en rechtvaardige combinatie van hervormingen om de stijging van de pensioenuitgaven te beheersen en bijkomende financiering die andere bronnen aanspreekt dan arbeidsinkomens, vormt een hogere werkzaamheid de sleutel tot succes. Pensioenbeleid en werkgelegenheidsbeleid vullen elkaar niet alleen aan, ze zijn afhankelijk van elkaar: het succes van het ene bepaalt het succes van het andere. Een krachtig en vernieuwend werkgelegenheidsbeleid is dus vereist.

Op 28 november 2014 vroeg Minister van Pensioenen, Daniel Bacquelaine, een advies aan de Commissie Pensioenhervorming 2020-2040 over de wijze waarop het pensioensysteem rekening kan houden met zware beroepen en over de mogelijkheid om een deeltijds pensioen te voorzien.

In zijn brief vroeg de Minister om:

  • de reflectie van de Commissie over 'zware beroepen' verder te zetten, zodat het op te richten Nationale Pensioencomité zijn werkzaamheden over de objectivering van dit concept zou kunnen aanvatten;
  • de problematiek van de overgang van het actieve leven naar het pensioen te verdiepen, met het oog op een verlenging van de loopbanen; met name werd gevraagd om de voorwaarden voor de uitvoering van een 'gedeeltelijk pensioen' te preciseren.

Hun bevindingen werden opgenomen in dit aanvullend advies.

Contact: koen.vleminckx@minsoc.fed.be

www.pensioen2040.belgie.be