Brexit

Op 23 juni 2016 besliste het Verenigd Koninkrijk  per referendum om de Europese Unie  te verlaten. Een meerderheid van 51,9% van de Britten koos voor de Brexit. Het Verenigd Koninkrijk deelde dit officieel mee aan de Europese Unie op 29 maart 2017, waardoor een onomkeerbaar proces ingezet werd dat ertoe zal leiden dat het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie zal verlaten. De Brexit zal een feit zijn op 30 maart 2019.

Inleiding

Het Verenigd Koninkrijk was gedurende meer dan 45 jaar lid van de Europese Unie en de Brexit zal dus een grote impact hebben, zowel op Britten die in één van de Europese Lidstaten wonen of werken als op onderdanen van de Europese Unie die in het Verenigd Koninkrijk wonen of werken. De mate waarin zal afhangen van de aard van de Brexit (hard of zacht). Overeenkomstig artikel 50 van het Verdrag van de Europese Unie werden er onderhandelingen opgestart tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie, zowel over de wijze waarop de terugtrekking zal verlopen als over de toekomstige relaties tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie. Deze onderhandelingen lopen nog steeds en de FOD Sociale Zekerheid is daar sterk bij betrokken, in de eerste plaats om de socialezekerheidsrechten van Belgen in het Verenigd Koninkrijk én  van Britten in België zo goed mogelijk te verdedigen. Daarom neemt de FOD actief deel aan de werkgroepen, in nauw overleg met de FOD Buitenlandse Zaken.

Er wonen op dit ogenblik ongeveer 25.000 Belgen in het Verenigd Koninkrijk en een gelijkaardig aantal Britten in België. Daarnaast heeft een nog onbekend aantal mensen in het verleden rechten opgebouwd op basis van werk of woonst in het Verenigd Koninkrijk. De socialezekerheidsrechten van zeer veel mensen zullen dus duidelijk beïnvloed worden door de Brexit.

Gevolgen

De gevolgen van de Brexit zijn zeer uiteenlopend,  ook voor  de sociale zekerheid. De sociale zekerheid van personen die zich binnen de Europese Unie verplaatsen wordt geregeld via specifieke Europese regelgeving (Verordening 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels en Verordening 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels).

Deze regelgeving beschermt de socialezekerheidsrechten van EU burgers:

  • men valt steeds onder de wetgeving van één land en betaalt dus slechts sociale premies of bijdragen in één land. De instanties voor sociale zekerheid beslissen welke wetgeving zal gelden;
  • men heeft dezelfde rechten en plichten als de onderdanen van het land waarin men verzekerd is. Dit is het beginsel van gelijke behandeling of non-discriminatie;
  • voor uitkeringen wordt rekening gehouden met voorgaande periodes waarin men in andere landen verzekerd was, werkte of woonde;
  • heeft men recht op een uitkering van één land, dan ontvangt men die doorgaans ook als men in een ander land woont. Dit is het beginsel van de exporteerbaarheid.

Voor meer informatie over de bestaande regeling:

Deze  principes en regelgeving gelden ook voor Belgen die in het Verenigd Koninkrijk werken of wonen en voor Britten die in België werken of wonen en zullen dat  blijven tot het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie zal verlaten, d.w.z. tot en met 29 maart 2019. Hoe de regeling inzake sociale zekerheid nadien zal verlopen, zal afhangen van de akkoorden  tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk.

Procedure

De terugtrekking van een Lidstaat uit de Europese Unie wordt geregeld door artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (dit artikel werd opgenomen door het verdrag van Lissabon en trad in werking op 1 december 2009). Na de notificatie door het betrokken land worden er onderhandelingen opgestart, gedurende een periode van maximum twee jaar. Deze termijn kan verlengd worden maar enkel indien de Europese Raad (inclusief de Lidstaat die de Europese Unie wil verlaten) hier unaniem mee instemt.

Wanneer er tijdens de onderhandelingsperiode een akkoord wordt bereikt over het vertrek, moet dit akkoord goedgekeurd worden door het Europees Parlement en de Lidstaten.

Wanneer er tijdens de onderhandelingsperiode geen akkoord wordt bereikt over het vertrek en er ook geen overeenstemming is over een verlenging van de onderhandelingstermijn, verlaat het betrokken land de Europese Unie.

Vermits het Verenigd Koninkrijk op 29 maart 2017 officieel meedeelde dat het de Europese Unie wenst te verlaten, loopt de onderhandelingsperiode tot 29 maart 2019. Tot dan maakt het Verenigd Koninkrijk deel uit van de Europese Unie en wijzigt er niets. Tijdens deze periode moet er een verdrag gesloten worden tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk, zowel over de terugtrekking als over de toekomstige relatie. Dat akkoord moet dan ook nog door de verschillende parlementen van ons land goedgekeurd worden en ook dit proces moet afgerond zijn tegen 29 maart 2019.

Stand van zaken van de onderhandelingen

Op 19 juni 2017 startte de eerste fase van de onderhandelingen , die op 8 december 2017 geleid heeft tot een gezamenlijk verslag dat de verbintenis bevat om, onder meer, de rechten van de EU-burgers in het Verenigd Koninkrijk en van de Britse onderdanen in de Europese Unie te waarborgen.

Op 19 maart 2018 werd er tussen de onderhandelaars  een overeenkomst bereikt over een ontwerp van Terugtrekkingsakkoord. Over 80 % van dit ontwerp, waaronder de regeling inzake sociale zekerheidsrechten, is er een akkoord,  maar over een aantal zaken moet nog verder worden onderhandeld. . Pas als over alle zaken overeenstemming is bereikt en de tekst goedgekeurd werd door alle Lidstaten én door het Europees Parlement, kan het Terugtrekkingsakkoord in voege treden.

Socialezekerheidsrechten in het Terugtrekkingsakkoord

De volgende informatie  is gebaseerd op de tekst van het Terugtrekkingsakkoord onder voorbehoud van goedkeuring. Zonder akkoord  (“No deal”), zal het Verenigd Koninkrijk op 30 maart 2019 onmiddellijk als derde land beschouwd worden en vervallen in principe de rechten op vrij verkeer van personen.  Vandaag is er nog geen informatie  over de gevolgen van het uitblijven van een akkoord  op de rechten van de burgers die zich binnen de Unie verplaatsen.

Het Terugtrekkingsakkoord voorziet  2 periodes:

  •  30 maart 2019 tot en met 31 december 2020: geen wijzigingen

Het ontwerp van Terugtrekkingsakkoord voorziet in een transitieperiode tot eind 2020. In deze transitieperiode is het Verenigd Koninkrijk geen lid meer van de Europese Unie. Niettemin blijven de Europese regels in deze periode volledig van toepassing.  De socialezekerheidssituatie van personen die zich binnen de Europese Unie verplaatsen blijft verder geregeld via  de Verordeningen 883/2004 en 987/2009.

  •  vanaf 1 januari 2021: wijzigingen

Vanaf 1 januari 2021 is de Europese regelgeving niet meer van toepassing. Op vlak van sociale zekerheid, bepaalt het Terugtrekkingsakkoord evenwel dat de Verordeningen 883/204 en 987/2009 van toepassing blijven:

  • op de Europese burgers die onder de Britse wetgeving vallen op het einde van de transitieperiode en op de Britse burgers die onder de wetgeving vallen van een lidstaat op het einde van de transitieperiode, inclusief hun gezinsleden en overlevenden;
  • op de Europese burgers die in het Verenigd Koninkrijk verblijven en onder de wetgeving van een Europese lidstaat vallen op het einde van de transitieperiode en op de Britse burgers die in een Europese lidstaat verblijven en onder de Britse wetgeving vallen op het einde van de transitieperiode, inclusief hun gezinsleden en overlevenden;
  • op de Europese burgers die in het Verenigd Koninkrijk een activiteit als werknemer of als zelfstandige nastreven op het einde van de transitieperiode en onder de wetgeving van een lidstaat vallen,  en op de Britse burgers die in een Europese lidstaat  een activiteit als werknemer of als zelfstandige nastreven op het einde van de transitieperiode en onder de wetgeving van het Verenigd Koninkrijk vallen, inclusief hun gezinsleden en overlevenden;
  • op de Staatlozen en vluchtelingen die in een lidstaat of het Verenigd Koninkrijk verblijven, die zich in één van bovenvermelde situaties bevinden, evenals derdelanders die zich in één van de hierboven vermelde situaties bevinden en voldoen aan de voorwaarden vermeld in Verordening 859/2003, inclusief hun gezinsleden en overlevenden.

De Verordeningen 883/2004 en 987/2009 blijven van toepassing zolang de betrokkene zich ononderbroken in één van de bovenvermelde situaties bevindt.

Het ontwerp van Terugtrekkingsakkoord bepaalt ook dat voor Europese en Britse burgers de prestaties geleverd in respectievelijk het Verenigd Koninkrijk en in een Europese Lidstaat, blijven meetellen voor het bepalen van hun sociale rechten.

Wat betreft de sociale zekerheidsrechten van de Europese burgers die in het Verenigd Koninkrijk verblijven en/of werken, is de Britse overheid bevoegd. Die zal dan ook moeten bepalen welke rechten zij op vlak van sociale zekerheid hebben.

Meer informatie: