De sociale dimensie van de Europa 2020 strategie en het Europees semester

Europa 2020 is de groeistrategie van de Europese Unie voor de jaren 2011-2020. Doel is de voorwaarden te scheppen voor intelligente, duurzame en inclusieve groei. De strategie moet de EU en haar lidstaten toelaten hoge niveaus van werkgelegenheid, productiviteit en sociale cohesie  te verzekeren.

Acht geïntegreerde richtsnoeren

Acht geïntegreerde economische en werkgelegenheidsrichtsnoeren vormen de basis van de strategie. Verschillende daarvan zijn belangrijk vanuit het oogpunt van de sociale bescherming, maar één betreft specifiek de sociale bescherming: Stimulering van sociale insluiting, bestrijding van armoede en bevordering van gelijke kansen (Richtsnoer 8).

Vijf kerndoelstellingen

Tegen 2020 moeten vijf kerndoelstellingen worden gehaald op het vlak van werkgelegenheid, innovatie, onderwijs, klimaat/energie en sociale insluiting. Op het gebied van sociale insluiting hebben de staatshoofden en regeringsleiders van de EU zich ertoe verbonden tegen 2020 ten minste 20 miljoen mensen uit armoede en sociale uitsluiting te halen (het jaar 2008 vormt daarbij de referentie: ongeveer één persoon op vijf in de Europese Unie werd toen bedreigd met armoede of sociale uitsluiting). België streeft in dit kader een vermindering van zijn bevolking met risico op armoede of sociale uitsluiting met 380.000 mensen na.

Zeven sleutelinitiatieven

Er werden zeven sleutelinitiatieven genomen om de gemeenschappelijke activiteiten van de EU en de nationale regeringen te stimuleren op het vlak van innovatie, digitale economie, werkgelegenheid, industrieel beleid, efficiënt beheer van grondstoffen en armoede. Inzake armoede werd het Europees Platform tegen Armoede en Sociale Uitsluiting opgericht om de regeringen te ondersteunen in het nastreven van de hoger vermelde armoededoelstelling.

Het Europees semester

Om de ontwikkeling van de globale strategie te ondersteunen werd een jaarlijkse cyclus van beleidscoördinatie ingevoerd: het Europees semester. Deze cyclus valt telkens in de eerste zes maanden van het jaar, vandaar zijn naam.

Het Europees Semester is opgebouwd rond drie coördinatie-assen van het economisch beleid: 

  • structurele hervormingen;
  • begrotingsbeleid;
  • voorkoming van buitensporige macro-economische onevenwichten.

Het semester begint gewoonlijk in november, wanneer de Commissie haar jaarlijkse groeianalyse voorstelt. Daarin staan de voorstellen van de Commissie wat betreft de prioriteiten voor de EU op het stuk van groei en werkgelegenheid voor het komende jaar. Tegelijk wordt het ontwerp van gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid gepubliceerd dat een meer gedetailleerde analyse bevat van de uitdagingen en beleidsprioriteiten op het vlak van werk en sociale bescherming.

In februari publiceert de Commissie landenrapporten waarin ze de situatie en het beleid van de lidstaten evalueert. Deze analyses vormen de basis voor de landen specifieke aanbevelingen die de Commissie later in het semester zal voorstellen.

In maart geven de staatshoofden en regeringsleiders, op basis van de groeianalyse van de Commissie, de richting aan voor het beleid van de lidstaten. 

In april dienen de lidstaten hun stabiliteits- en convergentieprogramma's en hun nationale hervormingsprogramma's in. In het nationaal hervormingsprogramma (NHP) leggen ze uit hoe ze hun nationale Europa 2020 kwantitatieve doelstellingen trachten te halen en hoe ze gereageerd hebben op de landen specifieke aanbevelingen die de Raad tijdens het vorig semester aan hen gericht heeft (zie hieronder).

De FOD Sociale Zekerheid coördineert de dimensie sociale bescherming van het nationale hervormingsprogramma. Hij is meer bepaald ook verantwoordelijk voor de opstelling van het gedeelte dat gaat over de maatregelen die zijn genomen op het stuk van armoede en sociale uitsluiting. Nationaal Hervormingsprogramma 2017 (.pdf)

In mei velt de Commissie een oordeel over de situatie en het beleid van de lidstaten en formuleert ze ontwerp aanbevelingen per land. De aanbevelingen betreffen ook de sociale bescherming:  pensioenen, gezondheidszorg, langdurige zorg, armoedereductie en effectiviteit en efficiëntie van sociale bescherming. 

In mei/juni bespreekt de Raad de aanbevelingen. Na eventuele amendering van de voorstellen van de Commissie worden ze goedgekeurd door de Europese Raad en eind juni/ begin juli formeel afgekondigd. Daarmee eindigt het Europees semester.

European Semester (website)
Europe 2020 (website)