Toegang sociale bescherming werknemers en zelfstandigen

Tijdens de EPSCO-Raad van 6 december 2018 werd een politiek akkoord bereikt over een aanbeveling van de Raad van Ministers van de Europese Unie over toegang tot sociale bescherming voor werknemers en zelfstandigen.

Context

In maart 2018 heeft de Europese Commissie een voorstel voor een aanbeveling van de Raad over toegang tot sociale bescherming voor werknemers en zelfstandigen gepubliceerd.

Aan de publicatie was, overeenkomstig de Europese regelgeving, een consultatie van de Europese sociale partners in twee fazen voorafgegaan waaruit gebleken was dat onder hen geen akkoord gevonden kon worden om over deze materie eigen onderhandelingen op te starten. Er had bovendien eind 2017, begin 2018 ook een algemene, publieke consultatie plaatsgevonden.

Het voorstel van aanbeveling houdt verband met de Europese Pijler van Sociale Rechten die in april 2017 gelanceerd werd als een aanbeveling van de Europese Commissie. De Pijler  werd bovendien  in november 2017 plechtig en gezamenlijk geproclameerd  door de Commissie, de Raad en het Europees Parlement, naar aanleiding van een sociale topontmoeting in Göteborg. Het voorstel bouwt voort op verschillende principes van de Pijler, maar in het bijzonder is principe 12 hier relevant: ‘Ongeacht de aard en de duur van hun arbeidsrelatie hebben werknemers en, onder vergelijkbare voorwaarden, zelfstandigen recht op adequate sociale bescherming’.

Aan de basis van het voorstel ligt de vaststelling dat er grote veranderingen plaatsvinden op de arbeidsmarkt, gedreven door globalisering, technologische vooruitgang, demografische veroudering en andere evoluties  in de samenleving die resulteren in meer diverse vormen van werk en minder lineaire loopbanen.

De sociale beschermingssystemen moeten aangepast worden aan de veranderingen op de arbeidsmarkt zodat het Europees sociaal model ook in de toekomst zijn rol kan blijven spelen. Uit studies blijkt dat sommige werknemers met een niet standaard job en sommige zelfstandigen onvoldoende toegang hebben tot de sociale beschermingstakken die nauw verbonden zijn met de arbeidsmarkt.

In te weinig lidstaten wordt vooruitgang gemaakt en de aanpassingen zijn te ongelijk gespreid over de takken van sociale bescherming. De aanbeveling probeert daaraan te verhelpen door op het niveau van de EU een dynamiek te creëren die focust op vier elementen: een betere formele dekking voor sociale bescherming, een meer effectieve  dekking, een meer adequate bescherming en een grotere transparantie wat betreft de individuele sociale rechten en verplichtingen.

Tijdens de vergadering van de Raad van Ministers van Sociale Zaken van 6 december 2018 kon, na een laatste amendement in vergadering, een politiek akkoord worden bereikt over een tekst. Omdat twee landen, Duitsland en Tsjechië, nog een parlementaire reserve hadden kon de aanbeveling nog niet formeel aanvaard worden. Voor de goedkeuring van de aanbeveling is namelijk een consensus vereist. Behoudens problemen in het Duits of Tsjechisch parlement wordt verwacht dat de aanbeveling formeel aanvaard zal kunnen worden op de Raad in oktober 2019, onder het Fins voorzitterschap.

Een aanbeveling van de Raad is juridisch niet bindend. In de loop van de discussie over het voorstel van de Commissie in de Raadswerkgroep voor de sociale aangelegenheden is dat vaak beklemtoond en dat is ook duidelijk af te lezen in de tekst. De lidstaten staan erop zelf te kunnen beslissen over de organisatie van hun sociale beschermingssystemen. Toch hoopt de Commissie met de uitvoeringsbepalingen van de aanbeveling een proces op gang te kunnen brengen in de richting van een betere sociale bescherming. Ze sluit niet uit dat ze bijkomende voorstellen zal doen mocht na enkele jaren blijken dat er onvoldoende vooruitgang is geboekt.

Hieronder volgt een samenvatting van de essentie van de tekst waarover in december 2018 een politiek akkoord werd bereikt.

Inhoud

Toepassingsgebied

De aanbeveling vraagt de lidstaten toegang tot adequate sociale bescherming te voorzien voor alle werknemers en zelfstandigen.

Volgende takken vallen binnen het bereik:

  • werkloosheidsuitkeringen,
  • uitkeringen voor ziekte en gezondheidszorg,
  • moederschapsuitkeringen en equivalente vaderschapsuitkeringen,
  •  invaliditeitsuitkeringen,
  • ouderdomsuitkeringen en overlevingsuitkeringen,
  • uitkeringen voor arbeidsongevallen en beroepsziekten.

Op de toegang tot de sociale bijstand en het minimuminkomen heeft deze aanbeveling geen betrekking, evenmin als op zuiver private verzekeringsproducten. De aanbeveling is van toepassing op werknemers en zelfstandigen, op mensen die zich bewegen tussen de twee statuten of beide combineren en op diegenen die het werk onderbroken hebben omwille van het optreden van een sociaal risico. Verschillende regelingen kunnen van toepassing zijn op werknemers en zelfstandigen.

Formele dekking

De aanbeveling vraagt dat er voor alle hogergenoemde takken formele dekking zou zijn op verplichte basis voor alle werknemers, ongeacht het type arbeidsrelatie. Voor zelfstandigen wordt er ook formele dekking gevraagd voor alle hogergenoemde takken, maar hier tenminste op vrijwillige basis en, waar gepast op verplichte basis.

Effectieve dekking

De aanbeveling vraagt dat de lidstaten effectieve dekking verzekeren van werknemers en zelfstandigen door ervoor te zorgen:

  • dat de regelgeving wat bijdragen en rechten betreft de opbouw van rechten en het opnemen van uitkeringen niet belet omwille van het type arbeidsrelatie en het arbeidsmarktstatuut;
  • dat verschillen in regelgeving naargelang type arbeidsrelatie en arbeidsmarktstatuut proportioneel zijn en de specifieke situatie van de rechthebbenden weerspiegelen;
  • dat rechten, verworven in verplichte of vrijwillige regelingen, bewaard, opgebouwd en/of overgedragen kunnen worden over arbeidsstatuten (werknemer, zelfstandige) heen en over economische sectoren heen, gedurende de loopbaan van een persoon of gedurende een zekere referentieperiode en tussen regelingen binnen eenzelfde sociale beschermingstak.

Adequaatheid

Wanneer een sociaal risico optreedt wordt de lidstaten aangeraden ervoor te zorgen dat de regelingen tijdig een adequaat niveau van bescherming bieden aan hun leden:

  • een waardige levensstandaard in stand houden,
  • passende inkomensvervanging garanderen en
  • er tegelijk altijd voor zorgen dat hun leden niet in de armoede terechtkomen.

Wanneer adequaatheid wordt geëvalueerd moet altijd het volledige sociaal beschermingssysteem in aanmerking worden genomen. De lidstaten wordt aanbevolen ervoor te zorgen dat bijdragen tot de sociale bescherming altijd in verhouding staan tot de draagkracht van werknemers en zelfstandigen. Waar passend wordt de lidstaten aangeraden ervoor te zorgen dat vrijstellingen of verminderingen van bijdragen voorzien door nationale wetgeving, inclusief deze voor lage inkomensgroepen, van toepassing zijn op alle types van arbeidsrelatie en arbeidsmarktstatuut. De lidstaten wordt gevraagd ervoor te zorgen dat de berekening van de sociale beschermingsbijdragen en -rechten van zelfstandigen gebaseerd is op een objectieve en transparante vaststelling van hun inkomen, rekening houdend met inkomensschommelingen, en dat ze hun werkelijk inkomen weerspiegelt.

Transparantie

De lidstaten wordt aangeraden ervoor te zorgen dat de voorwaarden en de regelgeving van alle sociale beschermingsregelingen transparant zijn en dat burgers toegang hebben tot actuele, volledige, toegankelijke, gebruiksvriendelijke en duidelijk verstaanbare informatie over hun individuele rechten en verplichtingen die gratis aangeboden wordt.

De lidstaten wordt gevraagd waar nodig de administratieve verplichtingen van sociale beschermingsregelingen te vereenvoudigen voor werknemers, zelfstandigen en werkgevers, in het bijzonder voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen.

Uitvoering, rapportering en evaluatie

De Commissie en de lidstaten zouden moeten samenwerken aan een betere verzameling van gegevens over de arbeidsmarkt en toegang tot sociale bescherming op het niveau van de Unie, in het bijzonder om de beleidsvoorbereiding over de sociale bescherming van nieuwe vormen van werk te ondersteunen. In dit kader wordt de lidstaten aangeraden binnen de 24 maanden na de publicatie van de aanbeveling waar mogelijk betrouwbare nationale statistieken over toegang tot diverse vormen van sociale bescherming te verzamelen en te publiceren, bijvoorbeeld gedetailleerd naar arbeidsmarktstatuut (zelfstandige/werknemer), het type arbeidsverhouding (tijdelijk, permanent, deeltijds, nieuwe vormen van werk, standaard werk), geslacht en leeftijd.

De Commissie zou samen met het Sociaal Beschermingscomité binnen de 12 maanden na de publicatie van deze aanbeveling een monitoringkader moeten realiseren en gemeenschappelijk overeengekomen kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren ontwikkelen om de uitvoering van deze aanbeveling op te volgen zodat ze kan geëvalueerd worden. De lidstaten wordt gevraagd de principes die in deze aanbeveling worden vooropgesteld zo snel mogelijk in de praktijk te brengen en binnen de 18 maanden na publicatie een plan voor te leggen dat aangeeft welke maatregelen er terzake op nationaal niveau zullen genomen worden. De vooruitgang in de tenuitvoerlegging van de plannen zou moeten besproken worden in het kader van de instrumenten voor multilaterale evaluatie die gebruikt worden in het Europees Semester en de Open Methode van Coördinatie voor Sociale Insluiting en Sociale Bescherming.

De Commissie zou de uitvoering van de aanbeveling moeten ondersteunen met financiering door de relevante programma’s van de Unie en zou wederzijds leren en de uitwisseling van goede praktijken moeten bevorderen tussen de lidstaten en met de belanghebbende partijen. De Commissie zou vooruitgang in de uitvoering van deze aanbeveling moeten opvolgen, ook rekening houdend met de impact op de kmo’s. In samenwerking met de lidstaten en na consultatie van de betrokken belanghebbende partijen zou de Commissie binnen de drie jaar na de publicatie van deze aanbeveling moeten rapporteren aan de Raad. Op basis van de resultaten van de evaluatie kan de Commissie dan overwegen bijkomende voorstellen te doen.

Contact: Peter.Lelie@minsoc.fed.be