Een EPSCO-raad in het teken van armoedebestrijding

Een EPSCO-raad in het teken van armoedebestrijding
Op 9 maart 2026 kwamen de ministers van Werkgelegenheid en Sociale Zaken van de 27 EU‑lidstaten samen voor een EPSCO‑raad die in het teken stond van het doorbreken van de armoedecyclus. België werd vertegenwoordigd door Minister Clarinval, Vicepremier en Minister van Werk, Economie en Landbouw.
De strategie voor gendergelijkheid 2026-2030 en de antiracismestrategie
De EPSCO‑ministers openden hun vergadering met een duidelijke boodschap: gendergelijkheid en de strijd tegen racisme blijven hoekstenen van een sterke en eerlijke Europese Unie. Gelijke behandeling is niet alleen een fundamentele waarde, maar ook een motor voor een veerkrachtige en competitieve samenleving. Daarom wil de EU de vooruitgang rond gendergelijkheid versnellen, met meer aandacht voor de aanpak van geweld tegen vrouwen, veilige werkomgevingen en het opnemen van gender mainstreaming in de Europese begroting. Lidstaten worden gevraagd om tegen 2027 een actieplan uit te werken, waarbij de Commissie ondersteuning kan bieden.
Ook de antiracismestrategie wordt verder uitgebouwd. De EU wil bestaande wetgeving versterken, algoritmische discriminatie aanpakken en goede praktijken tussen lidstaten delen. Antiracisme moet in alle domeinen van het leven worden geïntegreerd, van onderwijs tot huisvesting. Dat vraagt om samenwerking op Europees, nationaal en regionaal niveau samen met het middenveld.De EU benadrukt haar vastberadenheid om een Europa zonder racisme te worden, waar iedereen zijn potentieel kan waarmaken.
Raadconclusies over Investeren in kinderen: versterking van het welzijn van kinderen, sociale inclusie en bestrijding van kinderarmoede in de Unie
De Raad roept de lidstaten en de Commissie op om sterker in kinderen te investeren, zodat hun welzijn verbetert en armoede en sociale uitsluiting worden teruggedrongen.
Het doorbreken van kinderarmoede is een gezamenlijke Europese verantwoordelijkheid: armoede in de kindertijd leidt vaak tot uitsluiting op volwassen leeftijd, met grote menselijke en economische gevolgen. Daarom zijn voldoende financiering en een geïntegreerd beleid cruciaal om elk kind een eerlijke start te geven en zo de basis te leggen voor een duurzaam en sociaal Europa. Door gezinnen breed te ondersteunen kan intergenerationele armoede worden doorbroken en kunnen ouders hun kinderen beter beschermen.
De armoedecyclus doorbreken
Het volgende agendapunt was het beleidsdebat over het doorbreken van de armoedecyclus. De ministers wisselden ervaringen en goede praktijken uit om armoede doeltreffend te bestrijden en sociale uitsluiting te voorkomen. Minister Clarinval lichtte daarbij het Belgische GPMI‑model toe. Het gaat om een traject met wederzijdse verbintenissen dat inzet op sociale en professionele integratie via een gepersonaliseerde en multidisciplinaire begeleiding. Die ondersteuning varieert van hulp bij werk en huisvesting tot budgetbeheer en medische opvolging voor mensen met een verslaving.
Verder werd er gefocust op de vraag hoe persoonsgericht en activerend beleid stevig kan worden ingebed in de toekomstige Europese armoedebestrijdingsstrategie. De delegaties benadrukten dat armoede multidimensioneel is en dat daarom een coherent beleid op alle bestuursniveaus vereist is. Toegang tot huisvesting, kinderopvang, onderwijs en geïntegreerde sociale diensten vormen de basis voor sociale inclusie, zeker voor mensen in kwetsbare situaties. Minister Clarinval benadrukte dat preventie centraal moet staan: het doorbreken van de vicieuze cirkel van armoede begint bij betere voorlichting, bewustmaking en het verminderen van het niet gebruik van rechten.
Verder blijft werk een belangrijke pijler, maar alleen wanneer het gaat om stabiele en kwaliteitsvolle banen. Daarom blijft aandacht voor werkende armen, goede werkomstandigheden, opleiding en bijscholing noodzakelijk.
Tot slot werden kinderarmoede en intergenerationele armoede opnieuw als topprioriteiten bevestigd. Een holistische, persoonsgerichte aanpak met toegankelijke, lokale en geïntegreerde diensten moet volgens de ministers de norm worden in heel Europa. Zo kunnen onder andere gezinnen beter worden ondersteund en kan iedereen volwaardig deelnemen aan de samenleving.