Informele EPSCO-Raad: focus op eerlijke tewerkstelling, armoedebestrijding en persoonsgerichte, langdurige zorg

Informele EPSCO-Raad: focus op eerlijke tewerkstelling, armoedebestrijding en persoonsgerichte, langdurige zorg.

Op vrijdag 13 februari 2026 vond in Nicosia de informele EPSCO Raad Werk en Sociale Zaken plaats. België werd er vertegenwoordigd door dhr. Tom Bevers, directeur Internationale Relaties en Socio economische Studies bij de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.

Tijdens de informele EPSCO-Raad bespraken de ministers drie grote maatschappelijke uitdagingen: het versterken van eerlijke tewerkstelling, het ontwikkelen van een Europese strategie tegen armoede en het uitbouwen van persoonsgerichte langdurige zorg in het licht van de vergrijzing.

Eerlijke werkgelegenheid voor sociale rechtvaardigheid

De ministers van de 27 lidstaten benadrukten het belang van een sterke sociale dialoog, gerichte investeringen in vaardigheden en levenslang leren, en hoge normen voor gezondheid en veiligheid op het werk. Ook de normatieve rol van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) kwam duidelijk naar voren, onder meer om wereldwijd te streven naar een gelijk speelveld in een steeds meer onderling verbonden en snel evoluerende wereldeconomie.

Daarnaast besteedden de ministers ruime aandacht aan zowel de implementatie als de handhaving van het Europese werkgelegenheidsbeleid. Nationale inspectiediensten en de Europese Arbeidsautoriteit (ELA) spelen daarbij een sleutelrol, onder meer in de aanpak van sociale dumping. Tegelijk wezen veel lidstaten op hun nationale inspanningen rond minimumlonen en gelijke behandeling, die belangrijke bouwstenen vormen voor eerlijke tewerkstelling.

Verder kijken de lidstaten uit naar de komende initiatieven van de Europese Commissie, zoals het ‘Fair Labour Mobility Package’ en de ‘Quality Jobs Act’. Ook thema’s zoals een versterking van het ELA mandaat, ESSPASS, regels voor onderaanneming en een duidelijker kader voor de detachering van derdelanders kwamen aan bod. De ministers benadrukten daarbij de nood aan voldoende flexibiliteit in de wetgeving. Ook uitten ze hun bezorgdheid over mogelijke overregulering en bijkomende administratieve lasten, vooral voor kmo’s. Tegelijk werd benadrukt dat vereenvoudiging nooit mag leiden tot een afbouw van sociale rechten en bescherming. De Europese Pijler van Sociale Rechten blijft daarbij het richtinggevend kader.

Europese Anti Armoedestrategie

De ministers verwelkomden de geplande ‘EU strategie tegen armoede’ en benadrukten dat armoede een complexe en veelzijdige uitdaging blijft die een geïntegreerde en persoonsgerichte aanpak vereist. Tom Bevers onderstreepte dat de huidige vooruitgang richting de Europese armoededoelstellingen voor 2030 onvoldoende is en dat een nieuwe strategie daarom noodzakelijk is om de inspanningen op te voeren. Volgens Bevers moet deze strategie vertrekken van een brede visie op armoede als een multidimensionaal fenomeen en erkennen dat armoedebestrijding in essentie een investering in mensen is. Dat betekent inzetten op zowel het versterken van ieders kansen en vaardigheden als het garanderen van basiszekerheid via een toereikende inkomensondersteuning.

Het toekomstige Meerjarig Financieel Kader (MFK) moet voldoende middelen en flexibiliteit bieden zodat lidstaten hun armoedebestrijdingsbeleid effectief kunnen uitvoeren. Verschillende ministers van de 27 lidstaten pleitten er bovendien voor om armoedebestrijding sterker te verankeren in het Europees Semester, zodat vooruitgang en resterende uitdagingen beter kunnen worden opgevolgd. Daarbij werd bijzondere aandacht gevraagd voor kinderarmoede, intergenerationele armoede en armoede onder werkenden.

Meerdere ministers benadrukten het belang van een versterkte Europese Kindgarantie en het belang van betaalbare huisvesting in het kader van het Europese huisvestingsplan. Tom Bevers wees er verder op dat de nieuwe strategie moet voortbouwen op recente Europese mijlpalen, zoals de aanbevelingen van de Raad rond toereikende minimuminkomens en toegang tot sociale bescherming. Tot slot werd er benadrukt dat de aanpak van dakloosheid een centrale plaats moet krijgen binnen de toekomstige strategie.
 

Persoonsgerichte langdurige zorg als motor voor actief ouder worden

Europa evolueert naar een vergrijzende samenleving, wat nieuwe demografische fenomenen met zich meebrengt. De ministers benadrukten dat het noodzakelijk is om tijdig in te spelen op deze evolutie en de systemen voor langdurige zorg te versterken, met aandacht voor betaalbaarheid, kwaliteit en toegankelijkheid.

De uitdagingen zijn aanzienlijk: personeelstekorten in de zorg, beperkte toegankelijkheid van diensten, onvoldoende financiering en een groeiende zorgvraag. Lidstaten benadrukten dat ouder worden nooit mag leiden tot isolement of uitsluiting.  

Tot slot werd de nadruk gelegd op een brede, geïntegreerde visie op actief en gezond ouder worden, waarbij de wensen en noden van ouderen centraal staan. Zo moeten gerichte investeringen en innovatieve beleidskeuzes bijdragen aan waardig ouder worden in heel Europa.