Hervorming van erkenningssysteem voor beroepsziekten

De minister van Sociale zaken en Volksgezondheid werkt aan een hervorming van het erkenningssysteem voor beroepsziekten en beroepsgebonden ziekten. De regels voor erkenning zijn immers niet langer aangepast aan de huidige maatschappij en de nieuwe aandoeningen, zoals burn-out. Bovendien moeten we nog meer inzetten op preventie.

Praktisch betekent die hervorming:

  1. de fusie tussen het Fonds voor beroepsziekten (FBZ) en het Fonds voor arbeidsongevallen (FAO) en 
  2. de installatie van de ‘Commissie voor de hervorming van de beroepsziekten van de 21e eeuw’.  

De huidige wetgeving legt de nadruk op de individuele schadevergoeding, en veel minder op preventie. Verder is de wet nauwelijks veranderd sinds 1963, terwijl de arbeidsmarkt en onze maatschappij voortdurend evolueren. Die evolutie brengt nieuwe professionele risico’s met zich mee. Daardoor zijn nieuwe pistes nodig om die beroepsziekten en/of beroepsgebonden aandoeningen beter op te sporen en te behandelen.

Dankzij de fusie tussen FBZ en FAO ontstaat er één unieke openbare instelling voor sociale zekerheid die zich zal toespitsen op de beroepsrisico’s. Via één enkel contactpunt zal de burger kunnen rekenen op een efficiëntere dienstverlening. 
                                                                                                            
De ‘Commissie voor de hervorming van de beroepsziekten van de 21e eeuw’ zal het systeem van schadevergoedingen en de preventie van beroepsrisico’s onderzoeken. Vervolgens zal ze concrete verbeteringen formuleren. In de commissie zetelen zowel multidisciplinaire experts vanop het terrein als theoretici. Daarnaast is er nog een begeleidingscomité met de sociale partners, die zo ook hun standpunt kunnen bekendmaken.

De FOD Sociale Zekerheid zal de logistieke rol op zich nemen, zodat de leden kunnen werken in een moderne en dynamische omgeving, zoals het geval was voor de Commissie Pensioenhervorming 2020 - 2040.  

Door middel van deze nieuwe samenwerking blijft de FOD dus actief deelnemen aan de werkzaamheden van de regering bij het uitwerken en bestuderen van nieuwe beleidslijnen.