Overbruggingsrecht voor zelfstandigen

Tijdelijke crisismaatregel coronavirus – financiële uitkering (overbruggingsrecht)

Op 17 maart 2020 werd in de Commissie Sociale Zaken de wettekst goedgekeurd op basis waarvan er bijkomende steunmaatregelen genomen worden voor zelfstandigen die hun activiteit moeten onderbreken naar aanleiding van het coronavirus COVID-19. Dit kan in het kader van het overbruggingsrecht.

De zelfstandige die zijn zelfstandige activiteit geheel of gedeeltelijk moet onderbreken in maart en/of april 2020 omdat zijn zelfstandige activiteit getroffen is door de sluitingsmaatregelen van de overheid (volledige sluiting van zijn handelszaak of sluiting op bepaalde uren of verplicht op afspraak moet werken), komt in aanmerking voor een maandelijkse financiële uitkering.

Het feit dat de zaak behoort tot een sector getroffen door de sluitingsmaatregelen genomen door de overheid, volstaat om recht te hebben op de financiële uitkering en dit ongeacht de duur van de onderbreking. Ook de zelfstandige die zijn zelfstandige activiteit noodgedwongen omvormt tot een toegelaten activiteit (bijvoorbeeld een restaurant dat de verbruikszaal sluit en over gaat tot het verzorgen van afhaalmaaltijden), komt in aanmerking voor het overbruggingsrecht.

Zelfs als de zelfstandige activiteit niet rechtstreeks werd getroffen door de sluitingsmaatregelen, kan de zelfstandige in aanmerking komen voor de tijdelijke crisismaatregel. Zo kan het zijn dat het dagelijkse cliënteel aanzienlijk verminderd is door de gevolgen van de coronavirus-epidemie, waardoor het voorlopig niet meer rendabel is om de zaak verder open te houden. Om recht te hebben, is wel vereist dat de zelfstandige activiteit voor minstens 7 opeenvolgende kalenderdagen (per kalendermaand) onderbroken wordt.

De financiële maanduitkering voor de maand maart en/of april 2020 bedraagt 1.614,10 euro (met gezinslast) of 1.291,69 euro (zonder gezinslast).

Voor alle nuttige informatie als ook om het overbruggingsrecht aan te vragen, moet de zelfstandige contact opnemen met het sociaal-verzekeringsfonds waarbij hij aangesloten is.

Overbruggingsrecht (algemeen)

Het overbruggingsrecht is een maandelijkse financiële uitkering van maximaal twaalf maanden met behoud van bepaalde sociale rechten gedurende maximaal vier kwartalen (terugbetaling geneeskundige verzorging, arbeidsongeschiktheids-, invaliditeits- en moederschapsuitkeringen), en dit zonder bijdrageplicht.

  • Het overbruggingsrecht geldt, onder bepaalde voorwaarden, voor:
  • zelfstandigen die failliet werden verklaard;
  • bedrijfsleiders, bestuurders en werkende vennoten van een onderneming die failliet is verklaard;
  • zelfstandigen, helpers of meewerkende echtgenoten voor wie een collectieve schuldenregeling geldt;
  • zelfstandigen, helpers of meewerkende echtgenoten die ongewild hun activiteit moeten onderbreken of stopzetten (natuurramp, vernieling van gebouw of materiaal, brand of allergie, beslissing van een derde economische actor of gebeurtenis met economische impact),
  • zelfstandigen, helpers of meewerkende  echtgenoten die hun activiteit stopzetten omwille van economische moeilijkheden, namelijk in de volgende gevallen:
    • indien betrokkene een leefloon ontvangt op het ogenblik van de stopzetting of
    • indien betrokkene in het voorbije jaar een beslissing tot vrijstelling van bijdragen heeft bekomen of
    • indien betrokkene kan aantonen dat zijn inkomen van het jaar van de stopzetting en het daaraan voorafgaande jaar onder een bepaalde drempel lag.

De aanvrager beschikt over twee kwartalen om een aanvraag voor het overbruggingsrecht in te dienen, vanaf het kwartaal van het vonnis van faillietverklaring, van de stopzetting of van het begin van de onderbreking van de activiteit.

Het is mogelijk om verschillende keren een beroep te doen op het overbruggingsrecht tijdens een beroepsloopbaan, zonder dat de totale periode langer is dan 24 maanden/8 kwartalen.

De sociale verzekeringsfondsen kunnen de instructies raadplegen op ons online samenwerkingsplatform “Piramid”.