Working in the arts

De regering besliste werk te maken van een verbetering van het Kunstenaarsstatuut. In samenwerking met de beleidscellen Werk, Sociale Zaken en Zelfstandigen faciliteert en ondersteunt de FOD Sociale Zekerheid de consultatie van de culturele sector via een digitaal platform, als een innovatief voorbeeld van burgerparticipatie. Dit project heet Working in the Arts (video).

Thema’s

Het algemene thema is: wat betekent het om te werken in de culturele sector? Welke arbeidsvoorwaarden? Wat betekent solidariteit in deze sector?

Daarnaast is er ook aandacht voor klassieke thema’s uit de sociale zekerheid als werkloosheid, pensioen, ziekteregeling, vakantieregeling, … maar ook de werking van Kunstenaarscommissie, de kleine vergoedingsregeling en auteursrecht, genderproblematiek, …

In een eerste fase tijdens het voorjaar komen thema’s als werkloosheid, werking van de Kunstenaarscommissie en de Kleine Vergoedingsregeling alvast aan bod. we organiseren Focus debatten over onder meer de situatie van kunstenaars in Brussel, internationale aspecten, schoolverlaters, (door)startende kunstenaars, ...

In een tweede fase dit najaar verzamelen we meer voorstellen over andere thema’s.

De doelstelling is om een breed debat op gang te brengen over deze onderwerpen. Het gaat niet alleen over het statuut maar om de socio-economische positie van de cultuurwerkers.

3 werven

Het project omvat drie werven: oprichting en installatie van een technische werkgroep die de juridische basis vorm geeft, een raadpleging van en overleg met de sector via een digitaal participatieplatform en overleg met de sociale partners.

  1. Participatieproject: het digitaal participatietraject is een unieke samenwerking met Kabinet Vandenbroucke, Dermagne en Clarinval, BOSA en de FOD SZ en een innovatieve manier om de brede sector te bereiken en te motiveren.  “Working in the arts” is overleg en debat in de breedte met de culturele sector via een digitaal platform.
  2. Technische werkgroep: experten die de concrete problemen in de diepte en juridisch uitspitten en op basis van de conclusies van het uitgebreid overleg wetsvoorstellen formuleren. Het is een informele en flexibele werkgroep die door de overheid wordt samengesteld.
  3. Wetgevend traject: tenslotte wordt het concrete hervormingsvoorstel voor advies en goedkeuring voorgelegd aan de sociale partners en het parlement. Er wordt een budgettaire impact berekend.

Regeerakkoord

“De regering zal in overleg met de sector en de sociale partners bekijken hoe het sociaal statuut voor de artiesten verder hervormd kan worden. De overheid formuleert precieze, objectieve en eerlijke voorstellen voor bestaande en opkomende kunstenaars, die alle stadia van het creatieve werk versterken, van repetitie tot performance, publicatie en verkoop.”

De kunstenaar beschikt niet over een afzonderlijk sociaal statuut naast dat van werknemers en zelfstandigen. De werker wordt onderworpen aan één van beide stelsels afhankelijk van de vraag of hij is verbonden door een arbeidsovereenkomst.

Niettemin werden een aantal bijzondere sociale regels uitgewerkt voor kunstenaars om een antwoord te bieden aan de bijzondere kenmerken van hun werk en hen zo een betere sociale bescherming te garanderen.

Overeenkomstig het regeerakkoord werken de Minister van Werk en de Minister van Sociale Zaken, in overleg met de Minister van Zelfstandigen, aan een modernisering van de sociale bescherming die het bestaande ‘kunstenaarsstatuut’ verbetert door te voorzien in:

  • sociale zekerheidsregels die beter zijn aangepast aan de situatie en noden van de cultuurwerker
  • een versterking van de artistieke praktijk
  • solidariteit met en in de sector.

Participatieplatform Working in the Arts